Lasik bij het Oogcentrum te Antwerpen.

Dr. E. Mertens

Lasik: illustratie

Bij de Lasik techniek kunnen bijna alle refractie-afwijkingen gecorrigeerd worden. Voor bijziendheid kunnen correcties van –1 tot –8 dioptrie worden behandeld. Hogere afwijkingen komen niet in aanmerking voor LASIK wegens sterk verminderde beeldkwaliteit. Dit treedt op bij alle hedendaagse lasertoestellen. Voor verziendheid kan een correctie van +1 tot +4 dioptrie. Hogere afwijkingen kunnen door een implantlens gecorrigeerd worden. Eerst wordt een klein flapje aan de voorkant van het oog losgemaakt, zodat de lasik laserbehandeling hieronder kan gebeuren. Aangezien er geen wonde aan de buitenkant van het oog wordt gemaakt, is deze ingreep niet pijnlijk en geeft snellere genezing.

Er zijn verschillende lasik behandelingsmogelijkheden:

Sinds eind 2000 kunnen met een 1 mm laserspot niet alleen de refractie-afwijkingen (bijziendheid, verziendheid en/of astigmatisme) gecorrigeerd worden, maar ook de kleine onregelmatigheden die in elk oog aanwezig zijn. Deze gepersonaliseerde (ZYOPTIX) laser houdt rekening met leeftijd, geslacht, vorm van het oog en kan door middel van een digitale foto van de iris (regenboogvlies) ook de positie van het oog terugvinden. Net als uw vingerafdrukken zijn geen twee irissen gelijk en kunnen zij worden gebruikt om een unieke identificatie te geven. De laserbehandeling wordt vervolgens aangepast aan de stand van het oog door middel van de multidimensionele oogbewegingssensor.

Hierbij wordt een ‘betere’ beeldkwaliteit bekomen, zodat verlies van contrastgevoeligheid, uitstraling rond de lichten en slechter zicht ’s avonds (welke neveneffecten zijn van de standaard lasermethode) sterk wordt verminderd.

In de LASIK techniek wordt een flapje van het hoornvlies losgemaakt. Hierbij kunnen er een aantal problemen ontstaan, die meestal een wat tragere genezing tot gevolg hebben.

Onregelmatige corneale flap:
Als de flap niet dik genoeg gemaakt wordt, is het moeilijk om deze terug te plaatsen, waardoor er plooitjes in de flap komen te zitten en de gezichtsscherpte vermindert. Meestal kan men deze plooien evenwel gladstrijken in een tweede operatietijd.

Corneaperforatie:
Het ongewenst opensnijden van het oog was vroeger een gevreesde complicatie. Met de meest geavanceerde keratoom (Hansatome XP) gebruikt in ons ooglasercentrum kan dit evenwel niet gebeuren.

Onvolledige flap:
Tijdens het maken van de flap loopt het mes over een rail, elektrisch aangedreven door een kleine motor. Uitzonderlijk kan deze motor blokkeren, waardoor een onvolledige flap gemaakt wordt. Op dat ogenblik dient de operatie gestaakt te worden en kan men de procedure herhalen na 3 maanden. Dit heeft totaal geen nadelig effect voor het uiteindelijke resultaat. Dit gebeurt in ongeveer 1 op de 1000 lasik behandelingen.

Vrije flap:
Uitzonderlijk kan het flapje volledig los gesneden worden. Gezien de techniek oorspronkelijk zo ontwikkeld werd, is dit geen echte complicatie. Het flapje kan perfect terug geplaatst worden. Deze complicatie kwam in ons lasercentrum nog niet voor.

Epitheliale ingroei:
Het epitheel is het bovenste deklaagje van het hoornvlies. Tijdens de LASIK techniek wordt dit laagje bewaard, doch tijdens de hellingsfase kunnen een aantal cellen vanuit de wondrand onder de flap doorgroeien. Dit komt voor bij 1 op 1000 lasik behandelingen in ons ooglasercentrum. Meestal beperkt dit zichzelf en dient er niets te gebeuren. Als de celletjes evenwel te centraal groeien, dienen ze verwijderd te worden. Dit gebeurt door de flap voorzichtig op te tillen en de ingegroeide cellen te verwijderen.

Flapverschuivingen:
Het verschuiven van de flap gebeurt zelden na de eerste week en is meestal te wijten aan het wrijven in het oog. Om deze redenen worden de patiënten geadviseerd om heel voorzichtig te zijn de eerste week na de lasik operatie, vooral niet te wrijven in het oog en tijdens het slapen een beschermend brilletje te dragen. Bij wassen van het gelaat mag er enkel gedept worden. Mocht de flap dan toch verschuiven, dan merkt de patiënt dit aan een plotse daling in gezichtsscherpte, tranenvloed en pijn. Het flapje kan teruggelegd worden, zonder blijvende gevolgen.

Flapsmelten:
Komt zeer uitzonderlijk voor bij extreem droge ogen of na een ontstekingsreactie van het hoornvlies na de lasik ingreep. Aan de eigenlijke behandeling gaat een zorgvuldig oogonderzoek vooraf. Er worden metingen verricht (gezichtsscherpte, refractie, oogdruk, etc. ) en het oog wordt uitgebreid bekeken met de zogenaamde "spleetlamp" en de "oogspiegel".

Dit onderzoek duurt ongeveer 1,5 u en is niet pijnlijk. We raden je aan je bij dit onderzoek door iemand te laten begeleiden. Er worden immers oogdruppels gebruikt die tijdelijk (± 24 uur) de pupil verwijden en zodoende het zicht gedurende enkele uren wazig maken.

Bovendien dien je zachte contactlenzen gedurende 3 dagen en (half)harde, zuurstofdoorlaatbare contactlenzen gedurende 3 weken uit te laten. Anders beïnvloedt dit de metingen van het onderzoek en tevens het uiteindelijke resultaat van de ingreep.

Meld eventuele chronische ziektes (zoals terugkomende koortsblaasjes rondom het oog, diabetes, rheuma,…), zwangerschap of borstvoeding. Een lasik behandeling kan pas plaatsvinden 3 maanden na de bevalling of 3 maanden na het stopzetten van de borstvoeding.

Wanneer de oogarts vindt dat je in aanmerking komt voor deze lasik ingreep wordt een datum voor de lasik operatie afgesproken.

  • Er wordt je gevraagd naar een rood knipperlichtje te kijken.
  • De zuigring van de flapmaker wordt nu op het oog geplaatst.
  • Terwijl de zuigkracht zich opbouwt, wordt het zicht waziger. Het is normaal dat het donker wordt en dat het rode knipperlicht verdwijnt. Dr. Mertens vermeldt dit nogmaals tijdens de lasik behandeling.
  • De flapmaker wordt dan geplaatst op de zuigring.
  • Tijdens het maken van het flapje hoor je een zacht zoemend geluid van de motor.
  • Na het maken van het flapje wordt de zuigring verwijderd. Het rode knipperlichtje wordt onmiddellijk terug zichtbaar.
  • Het flapje wordt omgeklapt. Dit is pijnloos.
  • Het centrum van de pupil wordt in het geheugen van de computer geprogrammeerd. Zodoende blijft de laser altijd gecentreerd, zelfs bij beweging van het oog (eyetracker systeem).
  • De lasik behandeling zal een stukje van het hoornvlies verdampen en dit geeft een knetterend geluid. Dit is volkomen normaal. De laser is volledig pijnloos en je kan de laserstraal ook niet zien.
  • Het is zeer belangrijk dat je gedurende de laser goed naar het rode flikkerlichtje kijkt. Gezien de lasik behandeling ongeveer een minuut duurt, kan dit dan ook geen probleem geven.
  • Onmiddellijk nadien wordt het flapje op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd en gespoeld. Nu wordt nog twee minuten gewacht om dit flapje te laten vastzuigen. Bij epiLASIK wordt tevens een contactlens geplaatst (deze blijft drie dagen dag en nacht op het oog).
  • Antibiotica oogdruppels worden door de verpleegster in het oog gedruppeld.
  • Na controle mag u het oogcentrum onmiddellijk verlaten.
Wenst u nog meer informatie over lasik of had u graag een afspraak gemaakt? Bel ons op het nummer +32 (0)3 828 29 49 of contacteer ons via mail: info@zien.be

Vorige: Implantlens | Volgende: UltraLasik

 



Wilt u graag een rondleiding in het Oogcentrum, klik dan hier!
Voorstelling team
Biografie Dr. E. Mertens

Onderhoudskontrakten













Boomsesteenweg 223
2610 Wilrijk
Belgie

E-mail
info@zien.be

Tel.
+32 (0)3/828 29 49

Fax
+32 (0)3/820 88 91